Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■Romeinfche Christenen. Hoofdjl. XV: 8—12. '523

Jefus Christus is een dienaar der befnycdnge geworden, d is, der Jooden, zie kap. 111: 3« Deeze benaming verftaat men doorgaans verkeerd, dewyl menzich de beknoptheid van ftyl, die onzen Apostel eigen1 is, niet herinnert. Wanneer hy Christus eenen dienaar Z joodel"nëemt, wil hy zeggen , dat Christus een afgezand van Godt tot de Jooden geweest is, gelyk.onze Zaligmaaker zelf verklaart, Matth. XV: 24. Zoo noemt Paulus zich zelven, vers 16, eenen Ernaar van Christus aan de Heidenen, dat is, door Christus tot ue Heidenen gezonden ; in welke betekenisfe hy zich pok eenen dienaar der Heidenen zoude hebben kunnen noemen. Op dezelfde wyze worden de Engelen, Hlbr. I: 14, LrrHy^ dienstbare Geesten .ge¬

naamd, daar zy nochtans geene dienaaren van MenK , maar vin Godt zyn, door wien ^zonden worden ik h«™U>, om bem te dienen, h« r.vi enz. ten voordeele der Menfchen.

betekent hier de waarachtigheid, gelyk kap. UI- 17. Dewyl nu i*-ig de rede aanwyst, waarom Christus tot de Jooden gezonden is, heb ik hec duidelyker vertaald : om de waarachtigheid van Godt te too. tien. Want hy was den Vaderen beloofd, en deeze belofte moest immers vervuld worden.

BiSaiovt ri» inwriAW, zyne belofte houden en vervullen, is eene fpreekwyze, die dikwils by Polybius voorkomt, gelyk Rapheliüs getoond heeft.

" Vers 8 en 9 moet als maar één vers aangemerkt, ert daarom achter het woord eene enkelde zinfnee¬

de {comma) geplaatst worden. Maar de Heidenen — vaart hy voort —— pryzen Godt wegens zyne bar:nhïrtigbeid. Deeze woorden zyn wac duifter ; intusfehen leert ons de tecenftelling, dat de betekenis van dezelve hier' op uitkomt : " dat thans ook de Heidenen ,, tot kennis van den waaren Godt en zynen Zoone gekomen zyn, moet niet aan zekere belofte, hun

»» te

Sluiten