Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de Corinth. Hoofdjl. XI: 20—22. 359}

het in onze taaie door zelfs, of ja zelfs moere vertaald worden. Men zie myne aantekeningen op Cicero, Orat l in CatiL cap, 1, n. l en Orat. pro Milone, cap, 19 , //. 9.

Dat te deezer plaatze geene enkele fcheuringen , maar eigenlyk gezegde ketteryen bedoeld worden , is ook het gevoelen van Beza, den Weimarfchen bybel, Suicerus (2. I, p. 126) Calovius en Clericus ; gelyk mede van Elias Fricke in zyn Boek de cura vete. rum circa harefes Sec~l. I, § 4.

Op dat zy, die oprecht zyn, openhaar onder u moogen voorden. Fesselius heeft; in zyne Adverfaria, lib. W, cap. 4, § 4, aangemerkt, dat het woord 2»« zeer dikwils niet de caufa (oorzaak) maar den eventus (de uitkomst) betekent. Hy heefc (onder de voorbeelden, die hy bybrengt) deeze plaatze ook niet vergeeten. En toch deeze is de rechte verklaaring: " Godt wil

niet, dat 'er ketteryen zullen komen: maar hy laat

toe, dat zy ontftasn, dewyl daar door openbaar „ wordt, wie een oprecht Christen is of niet." Deus permittit hcerefes vtnire, zegt Glassius^. 1126, die het dus op dezelfde wyze opvat.

vers 20, ai, 22. Wanneer gy nu te zamen komt', houdt men daar geen Avondmaal, het welk des Heeren Avondmaal kin gehouden voorden. Want terwyl bet Avondmaal zal genaamd worden , neemt een ieder vo9r af zyn eigen maal, en de één is hongerig, maar de ander dronken. Hebt gy dan uwe eigene buizen niet, daar gy kunt eeten en drinken'? Of veracht gy Godts Gemeente, en befchaamt de armen? Zal ik u pryzen? In dit (tuk kan ik u niet pryzen. X;tfx*f*l>** v/tat lv) tj «s;!, v.a tneer gy nu te zamen komt. In deeze betekenisfe ft jac i«3 to «»t« insgelyks Hand. II: 44, III: r, en IV: 26.

'ov* 'in KVPiaxh Hüvw ipetyiït. Luther vertaalt het onduidelvk: zoo houdt men daar met des Heeren A >)ond'. maal. Myne vertaaling bindt zich wel niet nauwkeurig aan de Griekfche woorden, maar drukt echter de meening van den Apostel duidelykuit: gy houdt geen Z 4 Avond.

Sluiten