Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de Corinthen. Hoofdfl. XV: 12—15-. Jij»

prediking te ver geef f eb, dan is ook uw Geloof te ver.

geeffcb. Wy hebben dan — wil Paulus zeggen te

vergeefich gepredikt, dat gy ten eeuwigen Jeevenwederom zult opgewekt worden, en gy hebt dit geloofd, het geen gy niet hadt behooren te gelooven, by aldien Christus niet opgedaan is. Want is Chris, tus met verreezen noch in den Hemel ingegaan, dan kunt gy ook geene hoop hebben , om aldaar te komen. Uw geloof fteunt op de Opftanding van Christus. By aldien dan deeze niet gefchied is, dan heeft uwe hoop op de eeuwige zaligheid geenen grond, en uw gelooi (vers 17) is ydel.

Wy zouden ook bevonden worden, dat wy ons valfch. lyk voor Godts getuigen hadden uitgegeeven , nademaal wy dan tegen Godt getuigd hadden, dat hy Christus heeft opgewekt, daar hy hem nochtans niet opgewekt badt. EvetrxiutS-*t wy zouden bevonden worden. Raphelius brengt twee plaatzen uit Polybius by, in welke het woord Uglrxt&eif op dezelfde wyze gebruikt wordt. Mosheim vertaalt deeze plaatze dus: het zoude duide. lyk en klaar zyn, dat wy ons valfcblyk voor Godts getuigen hadden uitgegeeven.

^t.V*W«« ©««" betekent zoodanige getuigen i dewelken verklaaren of verzekeren, dac Godüets gedaan heeft, het geen hy nochtans niet gedaan heeft. Zulke valfche getuigen zege de Apostel zulke bedriegers zouden wy zyn , zo Christus niet was opgeftaan, en wy nochcans predikcen, dac hy opgeftaan was. 3 *6

Tegen Godts getuigen; wordt van hun gezegd , die het tegen overgeftelde, van het geen Godteèzrpd of gedaan heeft, getuigen en voor zeker uitgeOvew. Sommigen vertaaien het: van Godt getuigen; en Ra phelius toont ons eene plaatze by Xenophon , en eene andere by Plutarchus, alwaar x»rd zoo veel als de (aangaande) betekent. Ehasmüs en Be?a vertalen het ook de Deo; het geen men in den Ho'hndfchen Bybel gevolgd heeft. Dan , dewyl her woord 'f'" B<-woonlyker contra, tegen, betekent, verraaien de oude Latynfche Overzetter, Estius, Grotius, K k 4 en

Sluiten