is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaring over het Nieuwe Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan Timotheus. Hoofdfl. IV: 7, 8, 0. J33

fabelen genoemd, die na een dom ver [land fmaaken* ,Daar Paulus in hec volgende Hoofdftuk vs. 2. de oude Vrouweü beveelt te eereu, en menig eene oude Macrone een zeer goed verftand heefc, is het niec onbillyk, wanneer hec Griekfche woord flegts Volgens den zin vertaald worde.

Zulke fabelen, vaart de Apostel voort, r»eamt. Devita, vermyd dezelve, .heefc de oude Latynfche pverzecter het zelye vertaald. Het woord 3«/ wordt dan eens omtrent Perfoonen, dan eens omcrenc zaaken gebruikt. Wanneer het zelve omtrent Perfoonen gebruikt wordt, het welk in het volgende Hoofdftuk van onzen Brief vs. n. en Tit. III: 10, cn Hebr. XII: 25. gefthiedt, heet het zemand vaaren laaten, niets met hein te doen hebben. Op de aangehaalde plaats van den Brief aan de Hebreeuwen wordt het door tl*ts-et<psr&af verklaard, zih van iemand afwenden, iemand niet booren willen. Maar wanneer het zelve op onze plaats, en in den volgenden Brief Kap. II: 23. omtrent eene zaak wordt gebruikt, heet het iels vermyden, met eene zaik niets te doen bebben. Op onze plaats gebiedt Paulus dus, zulke fabelen vaaren te laaten, en niet, gelyk anderen, zynen lust aan dezelve te hebben, en,zich in de verklaaringe van dezelve te oeftenen. Ó-effen u in tegendeel, vaart hy voort, in de Godz ligbeid. Deeze is eene goede otffening, maar de andere niet.

Dan wat heet zicb in de Godu'ligheil oefenen? antwoord: wanneer men vlytjg wérken van de Godzaligheid doet, en zich aller deug jen bevlytigt, waar van onze Apostel naderhand Col, vb \\. de voornaamfté aanhaak, naamlyk de Gerechtigheid, de Godsvrucht, de getrouwheid en redelykbeid, de liefde, het geduld,, de zachtmoedigheid.. Aldaar worde ook in hec 12de vers ons woord y</V>*£ verklaard door «Vmig,u. Stryd, zegt hy, den ftryd van bet geloof. Beide woorden worden eigenlyk gebruikt omcrent de Kidderfpeelen van de Grieken, waarin men zich ontxachlyk groote moeite moest geeven, wanneer men ? S het