Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

104

VIER-EN- TWINTIGSTE BRIEF.

Wel-Edele Gestrenge Heer eh zeer ge-eerde Vriend!

Ik meen U, in myne voorige Brieven , loopende van den 3den tot den 8ften Aug. en van den 6den Septemb. tot mynen laatsten, aangetoond te hebben, zoo klaar als het licht aan den hemel fchynt:

i°. Dat, wel verre dat de Heer Hertog de eerfte oorzaak zoude zyn van den gebrekkigen en elendigen ftaat van defenfie, waar in het Vaderland zich bevindt; o°. Dat, wel verre, dat die gebrekkige en elendige ftaat aan Z. D. Hoogheid, als den raad van den Heere Hertog opgevolgd hebbende , toe te fchryven zoude zyn; In tegendeel, Z. D. Hoogheid, federt het daadlyk aanvaarden Zyner Hooge Waardigheden, by den duur, alles gedaan heeft wat in Hoogstderzelver vermoogen was, om den Staat te brengen en te ftellen in een behoorlyken ftaat van defenfie.

Vergeefs zal men daar tegen opperen , dat de Heer Hertog niet is befchuldigd^ door de Burgemeesters van Amfterdam, van te zyn de eerste oor> zaak van den elendigen en gebrekkigen Jlaat van defen*

fat

Sluiten