Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vni.

HOOFDST

Vs. 30.

De Heidenen vei kiygen de rechtveer iigheid.

224 over den zin van het negen: hoofdst.

gerekend wierden. Waarom 'er gene reden ,was, dat iemand zich behoefde te verwonderen, dat zo weinige Joden de zaligheid, hun door het Evangelie aangeboden, omhelsden; en de mecsten daar tegen, door hetzelve te verwerpen, zich den weg ten verderve baanden ; nademaal het uit de Propheten bleek , dat gelyke uitkomften ook eertyds plaats gehad hebben.

XLI. Eindelyk befluit de Apostel zyne redenvoering, en ftelt, 't geen hy heeft willen 'betogen, in deze woorden voor, vs. 30. w*T» Wat zeggen zvy dan ? Dat de Heide' nen , die de rechtveerdigbeid niet betrachten, de rechtveerdigheid verkregen hebben , doch de rechtveerdigheid', die'uit den'gelove is. Hyzegt, dat de Heidenen de rechtveerdigheid niet betracht heb* ben, omdat zy, tot dus verre den waren God niet kennende, gene vlyt hadden aangewend, om denzelven te behagen, en by hem voor rechtveerdig gehouden te worden. Waarom zy by de Joden op eene uitftekende wyze , als, üfcd^c), d. i. zondaars, hoedanigeii zy voor het grootfte gedeelte waren , aangemerkt werden- Gal. II: 15. zie Rom. I: 29. Alhoewel zy zodanigen waren, hebben zy echter de rechtveerdigheid verkregen; die rechtveerdigheid namelyk, welke buiten de wet door het Evangelie geopenbaard, en den gelovend«n toegevoegd word, welke hy in het IH<fc Hoofdst. vs. 21. breder befchryft. Deze hebben zy verkregen, daar zy dezelve niet zochten- Want God zelf hen, op niets dergelyks denkende, noch de belofte eener zogrote weldaad of eenige hoop hebbende ,

Eph.

Sluiten