is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over Gods voorschikkinge en genade.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beloften en bedreigingen. 433

£7. Openb. III: n. Voeg hier by, hetgeen wy uit den Brief aan de Hebreen hier voren aangehaald hebben (a); als ook 's Heilands bedreiging, Openb. II: i®. Matth. X: 32, 33. XXIV: 12, 13. Uit dit alles ziet'een iegelyk, dat dergelyke vermanin- die met "bedreigingen en beloften gepaard gaan, zeer veel verfchillen van die getoden, welke gemeld worden den Engelen gegeven te zyn.

VI. Wanneer zy dan aandringen? dat de geboden en vermaningen altyd geen bewys uitleveren, dathy, die vermaand word, in zyn' plicht kan pala.atig zyn, zullen wy dat Wel niet tegenfpreken; maar onder dit beding, dat zy ons op hunne beurt toeftaan, dat van dezen regel uittezonderen zyn die vermaningen, welke gepaard gaan of met voorbeelden van hun, wier ongehoorzaamheid God niet ongewroken heeft gelaten; of welke door beloften en bedreigingen gefterkt worden. Dergelyke vermaningen onderftellen ganfchelyk, dat de plicht, dien zy vorderen, kan afgebroken of verzuimd worden. Want dewyl ze gebezigd worden, om eene vrees voor het kwaad te verwekken; toonen ze klaar aan, dat hy, dien1 dezelve voorgehouden worden, niet buiten gevaar van het kwaad gefteld zy. Die anders gevoelen, en willen dat de ftaat der gelovigen aan geene veranderinge onderworpen is, en dat God op allerhande wyze beletten zal, dat iemand der

ge*-

f» Hoofdfl. XIV. $. »'»•

XVI.

HOOFDST.

De waare reden der vermaningen, die met belof» ten, enz. gepaard gaan.