Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$< ii7 >$>

het afzweeren van onzen Graaf Philip, de Opperheerfchappy vervallen is tot het volk, en dus overgegaan tot de Staaten van Holland, dat is tot de Ridders, Edelen, en Steden, dezelve heerfchappy dan ook is overgegaan zoo en op die wyze als die daadlyk beftond, en niet anders. Daar konde tot het volk, a's volk, dat is als een Iichchaam, tot een Burgerftaat gevormd, geen ander heerfchappy vervallen dan die, welke de Graaf bezat, en geen andere; waarom de Prefident van Bynckershoek, op zekere plaats, zeer wel aanmerkt, dat het geen in de macht der Graaven niet is geweeft, ook niet in de macht der Staaten is. Gevolglyk is het zeer nodig, dat men weete, wat in de macht der Graaven is geweeft, en hoe het tusfchen de Graaven, als Landheeren, en de Ingezeetenen, als Landzaaten , geftaan hebbe, om te kunnen oordeelen, in hoe verre deeze als Onderdaanen aangezien kunnen worden ; en hoe verre het recht van Opperheer, en de plicht van Onderdaan zich uitftiekken.

Want het is niet genoeg, dat men zoo maar wat heenpraate, en zegge, ik ben Souverein, ik

ben de Hooge Overheid; gy zyt Onderdaan.

Goed, ik ben Onderdaan. Maar op wat wyze ? —

Terwyl Spreeuwenburg dus fprak, wierde ik afgeroepen, om iemand die naar my vroeg. Ik kwam beneden. Daar vond ik Schrandergeeft, met wien gy weet, dat ik nader kennis gemaakt

heb. Gy zyt hier, zeide hy, naar de ge-

woone wederzydfche begroeting, met Spre'euwenH 3 bur2'

Sluiten