Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

©K[ 109 >® ten worden, zoude ik het met den Profesfor Noodt eens zyn; doch ik zou 'er evenwel nog by aanmerken, dat de burgerwetten zoo verlchillende van aart, van voor- en onderwerpen kunnen zyn, en zoo veel van 't zedelyke in zich bevatten, dat 'er waarlyk, zoo het my voorkomt, geen algemeen ja of neen op geantwoord kan worden. Wat denkt 'er de Heer Schrandergeeft van?

Ik ben , antwoordde Schrandergeeft, niet vreemd van uwe meening; maar, (voegde hy 'erby) zoudtge ook niet wel denken, datwe het gevoelen, als of de Opperheerfchappy oorfprongklyk by het volk beruft, verfchuldigd zyn aan 't geen wy daar omtrent by het Romeinfche volk leezen. Wanneet, wy tot de ftudien gefchikt worden, zend men ons naar 't Latynfche School; daar leerenwe Latyn; en wy krygen fmaak in de Latynfche Autheuren, om datwe die moeten expliceeren, om dat die ons aangepreezen worden, en om dat zy weezendlyk vol fraaiheden zyn: dus voorbereid, gaanwe ter Hooge Schoole;en zynwe tot de ftudie in deRechten gefchikt, zoo gaanwe ftraks tot die van het Roomfche Recht over : daar hoorenwe terftond van Wetten, door het volk gemaakt; van het Oppergezag, alsby het volk beruftende; en welks diergelyke dingen meer ons onder het leeren van 't Roomfche Recht voorkomen. Ons verftand derhalven , reeds ingenomen met het denkbeeld van een heerfchappy, welke by 't Roomfche Volk beruft heeft, en naderhand gewag ontmoetende van eene

op*

Sluiten