Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<K Ii3 ><3>

zoo dat het niet te verwonderen is, dat de Schryvers zich over dit onderwerp niet verftaan; maar, Heer Spreeuwenburg, voegde Schrandergeeft daar by, laat ik niet in uw werk vallen. Wy verlangen om u te hooren, en ondertusfchen raaken wy aan 't redenwisfelen.

Zoo moet het gaan,zeide Spreeuwenburg;want, alsge my maar alleen wildet laaten praaten, zoude ik zeer fchielyk af en blut zyn: als de Heeren maar gelieven plaats te neemen, ik zal collegie gaan geeven , voor de eerfte maal van myn leeven.

Wy gingen rond om de tafel zitten, en zoo ras zaten wy niet, of Spreeuwenburg begon met een Audüores humaniffimi: Waar op ik pen en papier nam. Hy, dat ziende, verminderde echter zyn ernft niet; nam een ftaatig weezen aan, en fprak vlug weg, terwyl ik hem, zoo veel ik konde, met de pen volgde.

De Heer Schrandergeeft (dus vong Spreeuwenburg aan ) heeft zoo even opgemerkt, dat het onbepaald laaten van de juifte betekenis der woorden ons omtrent de zaaken zeiven in een maalftroom brengt; en dat de onwisfe beduiding van de woor» den, Opperheerfchappy, Wetten, Volk, mooglyk wel de oorzaak is, dat men zich niet verftaat omtrent het onderwerp, over welk ik Umoet onderhouden : om dit gebrek te vermyden, moetenwe in de eerfte plaats zien , wat men door het woord Opperheerfchappy of Oppergezag te verftaan hebbe. Volgens Hugo de Groot is Opperheerfchappy

XII. Stvk. H bet

Sluiten