Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

I. LEERREDE

zonder de Openbaaring lost zij alle tegenbedenking niet op. Vertroostend zegt het Euangelium:Zij flaat het nederitrij kende vogeltjen gade en laat geen haair onzes hoofds ongeteld," die troost zelf is fchier onbevatlijk voor onzen geest, en, over Haar nadenkende, zinken wij in de eindeloosheid, in de onbegrijplijkheid des Godlijken wezens weg. Zij zelve moet zich vertoonen, moet zich kennelijk maaken , moet zeggen: „ hier ben ik of wij vinden, wij doorgronden Gods Bijzondere Voorzienigheid niet"

Bereekent nu eens,M.T., hoe dierbaar u de Gefchiedenis van joseph niet zijn moet, daar zij het is, waarin de Voorzienigheid, als het ware , openlijke lesfen van haare bedoeling en werking houdt, waar in zij overluid van zich zelve fpreekt,waar van elk den H. stephanus naarzegt: „ God was met hem." Gezegend zijn ons en u alle de lotverwisfeïingen zijnes leevens, gezegend zijne proeven, gezegend zijne uitkomst! God was met hem, loen Broeders hem verkochten ! — God was aan zijne rechtehand, toen hij voor den wellust niet wankelde! — God verliet hem niet in den kerker! — God bleef hem bij op den zetel van pharao! — God zelf leidde zijne wegen, beproefde zijne deugd, beloonde zijne

braaf-

Sluiten