Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228 VUL LEERREDE

waren, hoe fierlijk en alles beloovend zij de lijdzaamheid en grootmoedigheid fteeds afmaalden: de Wijsgeer zelf, in rampen gedompeld, bemerkte de krachteloosheid van haare

lesfen, de ijdelheid van haare beloften.

De Rijken hebben wel allerleije vermaaken uitgedacht, om, door derzelver genot, de fmart uit hunne gemoederen te verdrijven : maar eerlang keerde dezelve daar in met een verdubbeld treffend vermogen weder. — De Magtigen, waar boven zij zich wisten te verheffen, konden zich nogthands niet boven het fmartelijk gevoel der wederwaardigheden verheffen. De, op deze v/ij ze, genomene proeven , beandwoorden derhalven niet aan de zoo gewenschte verwachting. — Wat is het dan toch , het geen den mensch kan doen zeggen: „ al „ ging ik ook in een dal der fchaduwe des „ doods, al werden tegenfpoeden en onhef„ len mijn deel, ik zou geen kwaad vree„ zen?" Niets anders, M. T., dan de volftrekte verzekering, dat God met hem is, en onafgebroken met hem zijn zal, — dat God den genen, die Hem getrouw is, nimmer zal verlaten , hoe donker alles rondom denzelven zijn mag. Hier van, dunkt mij, kan ©ns niets op eene meer treffende wijze over-

tui-

Sluiten