Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn. Dat Oog is toch voor ons nog- oneindig vast bepaalder aangeweezen dbor de. ftelligfte verklaaring van 'sHemels eigen Afge-' zant, dan de aantrekking van het Noorden voor den zeiineen ! Hier in mag de reiziger veelvuldige afwijkingen ontdekken: daar is alle afwijking'onmogelijk. God toch ilingerde zelf 'smenfehen leevensweg, niet naar de bloote fpeeling van eenigeigensinnig welgevallen , maar naar eenen eeuwigen,-'Bnverander* lijken, volmaakt wijzen raad, die 't kronkelend leevenspad van eiken' llerfling , hoe fchijnbaar wispeltuurigook in deszelfs wendingen , even juist heeft afgeperkt, als- de loopbaan van het dwaalgefternte of den meer afwijkenden kring der zoogenaamde fhartfterren.

Het in het oog houden van dat alziend Oog, het vertrouwen'op Deszelfs wederkeerige toevoorzicht , op Deszelfs onveranderlijke geleide ten goede, en de eigene beftendige richting van het hart naar de be-" ftemming ter reine gelukzaligheidrjdoor deugd, is dan het voorfchrift, het; geen de onzekerheid van 'smenfehen leèvensiot ons doet omhelzen „ten einde d;n gang van onzen voet te „ richten en alzins te zorgen dat alle onz* „ wegen wel gevestigd zijn (*)."

Hei

SPREUK. IV. 20.

Sluiten