Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEERREDE

OVER

GEN. XLVII. 13-25.

13. En daar was geen brood in t gansche landj want de honger, was zeer zwaar; zoo pat het land

van egijpte , en HET land KANAÜs

raasden van wegen dien honger. 14. Toen verzamelde joseph al het

geld, dat in egijpteland, en in

het land kanaün gevonden werd voor hetkoorn, dat zij kochten:em

joseph bragt dat geld IN pharao'-s

huis. 15. Als nu het geld uit

egijpteland, en uit het land li Ar naün verdaan was, kwamen alle de egijptenaars fOT joseph, zeg* gende : geef ons brood , want waarom zouden wij in uwe tegenwoordigheid sterven? want het geld ontbreekt. l6. En joseph zei. Öe: geeft uw vee, zoo zal ik het u geven voor uw vee, indien het CELD ontbreekt, 17. ToENBRAGTEN K 3 ZIJ

Sluiten