Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

azé Over dé Godsdienstoefeningen

onderrigten — en zo veele klagten, over allerlei ingebeeld natuurlijk kwaad, die uit onweetendheid voortkomen, tegen te gaan?

3?5-

Eindelijk, welke fterke en onwederftaanbaare aar/fpooringen tot de deugd zoudt gij daar aantreffen , b. v. tot werkzaamheid en nuttige vlijt, indien gij dagelijks in de natuur die algemeene bezigheid ontdektte, welke God aan ieder fchepzel tot een behoefte en tot den grondflag zijner gelukzaligheid gegeeven heeft: — tot maatigheid, zindelijkheid, gezelligheid, verdraagzaamheid, behulpzaamheid, liefde en-trouwe — indien gij onder de dieren deeze deugd zaagt én met fchaamte de werken van den Schepper dagelijks in een geduurig en fterker licht befchouwde.

37<>-

Waarlijk, niet dan met de uiterfle aandoening zie ik, dat deeze uitneemende kundigheden onder de menfchen, en in het bijzonder onder den gemeenen man nog zo zeer verwaarloosd worden, daar zij toch alleszins verdienden, de voornaamfle en eerfte oefening der menschheid te zijn: gemerkt zij het zuiverfte en edelfle vergenoegen fchenkt — de eenigfte en zekerfle bron van alle waare befchaaving — en het eigenlijk doel van den Schepper, waarom hij ons met zinnen en verftand begaafd heeft.

ó Dat

Sluiten