Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 33* )

war Gsd xwumghtü verdraagt, lydende tm «*>

recht, (t)

ONDERSTEUN my, o Vader! met den Geest

der zagtmoedigheid, dat ik deeze Uwe beveelen met eene kinderlyke gehoorzaamheid opvolgen moge. En wat zoud' ik winnen, by aldien ik, mype driften bot vierende, in derzelver hitte my tegenkantede ? Zoude niet uit een klein toorn-vuur eene groote vlam uitbarften, die den vreede geheel verteerde? Zoud'ik niet lichtelyk tot zonden kunnen weg geileept worden, die voor my ftof van een eeuwig berouw konden baaren: of tot andere piisflagen my verleiden laaten, welken ik door zagtmoedigheid voortekomen verplicht ben? En hoe zeer zoud' ik daardoor my verwyderen van Uw voorbeeld, o myn dierbaare Verlosfer! Gy gedoogde, dat men U eenen valfchen Profeet, eenen Beëlzebub noemde; Gy hebt zoo veele vervolgingen met ftille zagtmoedigheid geleden: Gy hebc de befchuldigingen en lasteringen van Uwe vyanden met een edel ftilzwygen beantwoord: Gy hebc zelf het onrechtvaardigst doodsvonnis oyer U laa^' jen vellen, en aan U laaten uitvoeren.

EN zoud' ik in deeze geringe beledigingen zoo weinig bedaardheid, zoo weinig zagtmoedigheid, zoo weinig lydzaamheid bezitten? Zoud' ik niet, als een navolger van U, in gehoorzaamheid zeggen en bidden, Vader! vergeef het hun; want zy weeten niet, wat zy doen. Ja, myn Vader! vergeef tog allen mynen beledigeren. Maak Gy zeU

tt) SPREUK, XV: JESAJ, XXX: 15. » PETR. II: 23> igf

Sluiten