Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iv VOORREDE aan den

Ik heb byna, over alle boeken der Schrift, eenige gedachten medegedeeld, maar meest over dat van Job; de reden daarvan is, dat ik dit qf voorbygaan of er meerder over fchry ven moest. Het laatfte verkqos ik; daar ik, voor 37 Jaren, aan deze Gemeente, in eenige Leerredenen, de Gefchiedenis van Job, zyne en zyner vrienden Godgeleerdheid en Zedenleer uitgelegd had, en dikwyls in beraad geweest was, om die verhandelingen uit te geven, en nu dacht, dat ik, op deze wyze, in't korte 1 hetgeen jk toen gefchreven, en, na dien tyd, nog nader daarQver gedacht had, kon mededeelen. Den allervriendlykiten brief, met welken my de Profesfor krom, in 't openhaar, vereerd heeft, heb ik, in een brief aan zyneEerw.,beandwoord, en redenen gegeven, waarom ik zyne gedachten, over den Geest, aan Eliphazverfchenen, niet kan aannemen, met vryheid5 qm, zulks goedvindende, dien gemeen te maken.

Of ik, na dezen volbragten arbeid, tyd 3 lust en krachten hebben ?al? om nog iets ujc te geven 8

kan

Sluiten