Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2JO VOORZEGGINGEN, ONDER VOORWAARDEN.

zouden wy niet mogen denken, dat Tyrus koning wyzer, dan Zedekia, geweest zy: dat by, aan de vermaningen en "waarfchouwingen van Jeremia, (Vz) gedacht, zich verootmoedigd en bekeerd hebbe; met dat gevolg, dat God Nebuchadnezar van zyne verdere onderneming heeft doen afzien; zoodat zy toen verfchoond zyn, hoewel hunne omkeering, daarna, door Alexander, den grooten, isvolbragt geworden?

Niet weinige voorfpelüngen van zegen en weldadigheden ontmoeten wy, welke aan hun, tot welker opbeuring en verlevendiging zy gefproken wierden, niet vervuld zyn, en welker vervulling wy dan ook tot de laatfte dagen verfchuiven, en nog verwachten moeten; of wel, denken, dat zy, tot welke die eerst gezegd wierden, naar Gods ftem niet gehoord, en deswege dat goede niet gezien

hebben. In de negen laatfte hoofddeelen van

Ezechiel, hebben wy een gezicht, hem, in Babels gevangenis, en voor degenen, die in dezelve waren , gegeven, van eenen Tempel, te Jerufalem, eene wyze van Godsdienst in denzei ven, en eene verdeeling van het land van Canaaan, hoedanige noch voor de Babylonifche gevangenis plaatze gehad hebben, noch na dezelve aan het wedergekeerde volk gefchonken zyn. Indien dit eene volftrekte voorzegging ware, die van geene voorwaarde afhing, zouden wy, of, moeten denken, (hetgeen onmogelyk zyn zou,) dat Gods woord uitgevallen ware; of gok, dat dit alles wat anders

be.

{ (a) xxvn. S, 9.

Sluiten