is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedachten van Jacobus Hinlópen, predikant te Utrecht, over eenige plaatzen en zaken, in de Heilige Schriften voorkomende

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GR 015 TE NISSEN j IN ZYNE BRIEVEN. 43;

, den Heere Jezus Christus met den geest van een leeraar vooronderftelt die inwoning door het geloof, en maakt hem bekwaam, om dezelve ten nutte van anderen aan te leggen en te betoonen. Timothëus had dan, als een leeraar en opziener, zeer noodig, dat de Heere Jezus Christus met zynen geest ware: vooral had hy dit, in die moeilyke en gevaarlyke tyden , in welke Paulus hem verlaten en zyn moed ligt bezwyken zou, noodig; en daarom wenschte Paulus hem dit toe, en leerde het hem wenfchen

en bidden.

Maar wie zyn nu, welke hy in 't meervoudige u noemt, en aan welken deze brief dan ook eenigzins hield? Timothëus moest, voor den winter", met Markus, by hem komen; (cj maar 't is niet aannemelyk, dar hy hier Timothëus en Markus zou bedoelen, en aan Markus niet zoowel, als aan Timotheüs, wenfchen, dat de HeereJezus'Christus met zynen geest zou wezen. Paulus verzoekt Prisca en Aquila, met het huis vanOnefiphorus, te groeten, (bj Deze nu doen ons om Ephefen (» denken, en dat Timothëus nog daar, voor de komst van Tychicus, geweest is, als de gemeente, in welke hy arbeidde, en, naar de overlevering der ouden, opziener geweest is. Deze gemeente, welke hetgeen Paulus aan Timothëus fchreef, lezen moest, gaf hy dan ook zyn: vaartwel! de genade zy met ulieden! Van deze vrye gunst komt de

vrucht

O) Vers 11, 21. (i) Vers 19. (c) 1 Cor. xvi: 19. 2 Tim. 1; 15-18, iV; I3, Ee