Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK. a?

Hertog niemand had kunnen aanranden , zon« der het geheel corps tegen zig in 't harnas'te jaagen: vermits hij op deeze wijze zijne eigene harts» togteh paaien had gefield,en ieder, die zijnen post behoorelijk waarnam, zelf de handen had losgelaaten, om den prijs voor zijnen arbeid te behaalen , was dit voorzeker het hoogde ideaal van eenen militairen Staat geweest, waarin de Hertog juist dat geene geweest was, 't welk alle Vorften billijk zouden moeten weezen, naamlijk voorft anders van

het volk ■ een Staat, die, zo hij tweehonderd

jaaren in Iland gebleeven ware, in 't klein magtïger zou geworden zijn, dan de romeinfche: de thans regeerende Hertog had getracht dit alles den

bodem inteflaan, en willekeurig te bandelen

de arme r edwe r ! mogelijk oordeelde hij

dat zijne verdienden nog niet genoeg beloond- waren; hij begreep niet, dat een groot Heer, die alles voor zigzelven doet; die alles met eigene oogen ziet, dien niet het minde ontglipt, die het even* wigt in alle (tanden, in alle hoeken ,hoe verre ook ,

weet te onderhouden dat zodanig een Heer

een verfchijnfel is, wiens fchitterenden glans een jongeling niet eens door een verduisterd glas zou durven aanfehouwen.

Doch hoe meer hij fprak,en hoe meer hij tegengefproken werd, des te driftiger maakte hij zig: hij voer mede uit tegen het beduur over de tollen,tegen de Franfchen; hij bediende zig van woorden, die niet zeer veel eerbied ademden, en werd eindelijk zelfs jegens den Capitein, die het tegendeel

Sluiten