Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERTIENDE HOOFDSTUK. Ï3«J

die mij in korte bewoordingen het volgende moest onder 't oog brengen: „ Zij hadden met leedwee„ zen vernomen , welke een onverdiende behan„ deling ik ondergaan moest: naar hun bekrom„ pen oordeel kwam het hun wel voor, dat het „ een' Vorst over 't algemeen zeer weinig voegde, 5, wanneer hij een' man van gewigt, den welken „ hij zijn geheel vertrouwen en zijne vriendfchap „ openlijk had gefchonken, naderhand even zo s, openbaar ten toon ftellen wilde; echter vonden „ zij bet nog veel verfoejelijker, wanneer zodanig „ ongeluk een zo waardig Heer als ik was, en „ dien zij als hunnen vader eerbiedigden, onver„ diend overkwam: zo zij mij in bet een of an„ der konden dienen, mogt ik gerust ftaat op hen „ maakeri , enz."

Hoe weinig ik mij van deeze aanbieding konde of wilde bedienen, deed het mij evenwel aan, en ftijfde mij in het gevoelen : „ dat wij 'er meestal

zeiven fchuld aan zijn, wanneer men onder de „ Jooden weinige edele menfehen vindt , vermits „ wij dezelven door verachting, verdrukking en „ berooving van alle burgerlijke voorrechten nood„ zaaken, hunne toevlugt tot woeker en bedrog „ te moeten neemen."

Nadat men mij tot het midden van de maand Augustus daags tweemaal ondervraagd en alles te boek gcflagen had, begon ik te voorzien, welke de flotfom van dit alles weezen zou, te weeten, dat de Vorst uit zonderlinge gratie de zaak onderdrukken en mij gunftig van mijn ampt ontflaan

Sluiten