Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ï42 PIETER KLAUS.

heid en alle mogelijke buitenfpoorigheden ; was vervolgends onderwijzer geworden bij de kinderen van den Bailluw , met wiens oudfte dochter hij alte gemeenzaam verkeerde, en werd om die reden het huis uitgejaagd : na eenige andere foortgelijke lotgevallen was hij te Regensburg gekomen , alwaar hij aan de jeugd onderwijs gaf in fchrijven en cijfferen , en daarenboven mede behoorde tot het gezelfchap van de bovengenoemde mistieke ftookers : hij verkeerde derhalven veel in het huis van Mijnheer den Apothecar noldman , na wiens overlijden hij een klein plan omtrent deszelfs weduwe had gemaakt , die echter aan mijnen geringen perfoon de voorkeur gaf; zulks boezemde hem eenen haat tegen mij in , die niet verminderde , toen mijne wonderbaare geneezingen mij noodzaakten , practijk, ftad en weduwe vaarwel te zeggen , Mijnheer de Student mede bet hazepad kiezen moest , en mijne onvoorzichtigheid in het behandelen mijner zieken befchouwd werd, als de oorzaak van het noodlot, 't welk ons geheele gezelfchap overkwam : ik kan met zekerheid niet zeggen , wat er naderhand van hem geworden is; doch wanneer ik, reeds Financieraad zijnde, eens in mijne amptsbezigheden op het land kwam, ontmoette ik , ik weet niet door wat toeval , Mijnheer den Student als Schoolmeester van een dorp: ik herkende hem ten eerfte, en hij mij. ook ; ondertusfchen waren wij beiden , om verfcheidene redenen, niet zeer genegen geweest,onze oude kennis te hernieuwen: evenwel moet dit.

Sluiten