Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c*9;

In den hemel heeft Chriftus, de Voorlooper, voor ons den fchat (V) van alle geeftelyke zegeningen ontvangen. Daar is die groote en onnafpeurlyke rykdom van Chriftus, voor ons, in hem, verborgen; daar is de onuitputlyke bron en onwankelbare vastigheid van de zekere en onherroepelyke beloften, om ons eiken dag, die 'er verfchynt, alles wat tot het leven en de Godzaligheid vereischt wordt, te geven, en van alle nooddruft van lichaam en ziele te verzorgen.

Hetgeen dezen fchat in de hemelea nog beter maakt, is dat hy ook blyvende is, niet kan vergaan, «och geroofd worden, gelyk aardfche goederen. Wat op de aarde is, is Verganglyk, verteert en vergaat in zich zelve. De grootfte aardfche goederen zien wy dikwyls te niete gaan. De roest des tyds, de motte van velerlei toevallen, verteert dezelve, maar onzen hemelfchen fchat kan geen roest noch motte, geen vuur noch water te niete maken. (£)

Dieven, roovers, oorlogen nemen dikwyls aardfche goederen weg, en die 's morgens nog ryk was , is 's avonds van alles beroofd. Maar onze fchat in de hemelen is boven het bereik van alle aardsch geweld of list. Hy wordt in de hemelen voor ons bewaard. (V)

Het recht op aardfche goederen wordt dikwyls wederfproken, en die meende een gerust bezitter, en verwachter 'er van te wezen, genoodzaakt,

we-

00 Epk K 3. CO Matth. vi: 20. CO * Pet. n 4.

Sluiten