is toegevoegd aan uw favorieten.

Overdenkingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C «5 )

om mensch te worden, en om onzen wil armoede te lyden, daar hy ryk was. Wanneer hy in wysheid en in grootte, als een gemeen jongeling, onder de menfehen levende, opwies, nam hy ook toe in genade (aangenaamheid) by God en de menfehen: (Var) en wanneer hy zyn leerambt onder hen bekleedde, was genade op zyne lippen uitgeftort: alle zyne redenen (eenige weinigen tegen de verfmaders der genade zelve uitgezonderd) waren vervuld met de goedertierenheid en barmhartigheid Gods ten eeuwigen leven, en drongen de menfehen, om die, metnedrige, met zachtmoedige en langmoedige liefde, te beandwoorden. Daarvan gaf hy, in zyne verkeering by allerhande menfehen, een alleraangenaamst voorbeeld. Hy ging het land door, goed doende. Alle zyne wonderen waren werken van weldadigheid en barmhartigheid, indien gy er twee, welke hy, om de vrekheid van eenen gierigaard, en de ftoutheid eener ergernis, te ftraffen, deed, van uitzondert. Toen hy zyn leven, voor onze zonden, uit liefde , zou opofferen, waren zyne redenen vol van licflyke vertroostingen voor zyne leerlingen; hy wiesch, hun ten voorbedde, hunne voeten, en bad met vele liefde ernftig voorhun. In het midden van al defmaad, pyn en het geweld, welke men hem aandeed, was hy goedertieren en zachtmoedig jegens zynevyanden, zoo zelfs, dat hy zynen Vader om vergeving voor hun bad. Wanneer hy van God uit den dood en was opgewekt,

bleek

(«) Luk, ii. 52. "

H 3