is toegevoegd aan uw favorieten.

Overdenkingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 227 )

Ten dertien , bepaalt zich onze gewoonheid in goeddoen niet tot eenige goede dingen, welke van onze eigene of anderer verkiezing zyn, maar ffrekt zy zich tot alle goed uit, en zoekt zy zich daarin al verder en verder uit te ftrekken; houden wy alle Gods geboden , in alles, voor recht; haten wy allen valfchen pad; bedenken wy al wat waarachtig, wat eerlyk, wat rechtvaardig, wat rein, wat licflyk, wat welluidend is, zoo daar eenige deugd, zoo daar eenige lof is, om dat te doen? (V) dan mogen wy, ook daaraan, onze gewoonheid in goeddoen onderkennen, als een blyk van deelgenootfchap aan de Goddelyke natuur, hetwelk een vrucht is van den Geest Gods, in ons wonende en ons leidende tot het eeuwige leven, de volmaaktheid in goeddoen.

En dit brengt ons tot de laatfte vrage: Waardoor bewaart en verflerkt men deze gewoonheid in goeddten? Deze vrage is, na hetgeen wy over de tweede bepeinsden, niet ongemaklyk te beandwoorden; want, als wy dit onder het oog hebben, zullen wy deze volgende middelen ons konnen voorhouden, en by dezelve nog andere voegen.

Het opvolgen van onze gezindheid tot goeddoen, het wandelen door den Geest, door welken wy leven, en het zorgvuldig waken, om dien goeden en heiligen Geest niet te bedroeven,

leidt

O) VUL iv: 8, 9.