Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 235 )

Apoftelen willen leeren. Maar dit kon hy ook doen, als hy zeide, dat hy van dien dag en ure niet wist. En of wy ook al voorbeelden vinden, dat, met weten, genomen wordt, voor niette weten, om te konnen zeggen, het beloop Van Jefus rede, dat hier zeer eenvoudig en duidlyk is, laat dit niet toe; daar hy van menfehen op aarde en engelen in den hemel ook zegt, dat zy van dien dag en uur niet weten, en men dat zoo niet verfhan kan, dat zy voor anderen daarvan niet weten ; en hét ook eenen te Hauwen zin zou geven , wanneer men wilde, dat hy van den Vader niet meer zeide dan,dat die het alleen wist om het hun te konnen zeggen, en zy het van hem moeffcen vragen.

De Heiland wil dan zyne Apoftelen, met dit zeggen, leeren, dat hy, hoe verheven ook boven menfehen cn engelen , van dien dag en ure, zoo wel als die, onkundig was, en daarom hun niet konde zeggen, wanneer dezelve zyn zouden, maar dathy hen daar van onkundig moest laten, opdat zy altyd wakende en biddende

bleven. Maar hos kan dit waar zyn?

Waartoe geeft hy hun dit nu te kennen? en,

welke zyn de heilzame les jen, die voor ons, zo» 1 wel als voor hun, in dat zeggen cpge/loten liggen ? Drie vragen , welke wy, om ons ook over dit zeggen te konnen verblyden, wat nader wilden overdenken.

De eerfte vrage is wel de zwaarfte om te beandwoorden ,'daar deze onwetendheid, met R 3 het-

Sluiten