Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCHRYVER. 17

h. chrysostomus leest, en die de Griekjche Kerk nog tegenwoordig [preekt (5). ■ Indien de nieuw gedoopte hun waskaarfen niet aangefloken hadden als om zig, gaande van de Font, naden Altaar te verligt en, waarom zou men die niet ontftoken hebben als zy na den Font gingen , aangezien het reea's nagt was ? zouden de Priesters , de Diakens, de Doopheffers en de andere geloovigen , die de nieuw gedoopten verzelden, dezelve reeden niet gehad hebben om kaarfen aan te Jleeken? het zyn onder lusfchen alleen de nieuw gedoopte die de waskaarfen in de hand draagen, zeekerlyk zonder die noodig te hebben ■ want,. op (hezen plechtigen avond, was 'er zoo groot een getal lichten, dat de duiflernisfen van de nagt, i» een helderen dag veranderd 'waren. Dit heeft m. de vert geweeten, en dit heeft hem doen zeggen dat men geduurende het Evangelie geen waskaarfen ontflak, om dat de Diaken klaar genoeg zag. Zouden dan deezegroott' lichten, genoeg geweest zyn om te leezen, en niet om zig te geleiden ? .u. de vert heeft liever dit befluit te . neemen, als, met de Oudvaders, te herkennen , dat de brandende waskaarfen , by het uitgaan der Font, een zinnebeeld zyn , het gcene aan de nieuw gedoopten vertoond, dat zy, door het II. Doopsel, overgegaan zyn uit de duisternisfe, tot het licht : Ci) dit is iets geheimzinnig, waar aan m. de vert zig niet houd. Hy fchynd zelv, de geheimryke beginfclen by de inftcllingder Sacramenten niet toe te jlemmen, gelyk men zulks op eenige platïtfen van zyn werk kan na zien.

m. de vert is tot die gedachten gekoomen, om in liet gevoelen der geleerde te treeden, die, zegt hy, O) in alle foort van weetenlenap, en letterkunde, eindelyk tot heteen-

v0 lift) Men heeft door de getuigenisfen dat Oudvaders, pag. 1+8 en volgende, van de franfche uitgaaf, aangetoond, daiihet gebruik van de Wierook is ingevoerd door zinnebeeldige, en gi!l«itnryke .edeiun.

B

Van de wnskaar» fen der nieuw gedoopten.

Ci) Eratis enirrt aliquando tenebrre nunc Riiiern lux in Dominojut filii lucis ambula. te Eph. 5. v. s. Misleiding wegensden cenvoudigen en letterlyken zin.

(z) 1 deel z uirg. biadi. *fj.

Sluiten