is toegevoegd aan je favorieten.

Reize door de majorij van 'sHertogenbosch in den jaare 1799. (In brieven).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 84 )

dig. — Dit moest men maar op den ouden voet hebben gelaaten , dan had alles ftil geweest en gebleeven. —

Ik. Zoo is het zekerlijk! ——

Priester. Ja gewis — ! doch ik durf niet meer te zeggen. — Ik bemin alle menfchen als mijne broeders , en het doet mij leed , als men iemand vervolgt , want ik moet mijnen naasten liefhebben , en dit zijn toch alle menfchen, ais mij zeiven.

Ik. Braave Pastoor ! ó — dachten zoo alle uwe geloofsgenooten! — dan zou 'er meer liefde onder de menfchen woonen — maar deeze wensch is helaas vruchtenloos.

Nu kwamen wij te Dinther. Hier nam ik affcheid van dien braaven Priester; gaf hem broederlijk de hand , en herhaalde nogmaals bij mij zeiven den ftillen wensch: O! waren toch zoo alle

Priesters!! Ik vraagde hem niet, waar hij

thuis hoorde, want ik haat alle nieuwsgierige vraagen , die ons geen nut altoos aanbrengen , niet te min deelde hij even veel in mijne achting , als dat ik gewectcn had , waar hij zijne wooning had. —

Nu iets van Dinther. Dit Dorp , aan de Ja liggende , is niet fchoon , echter ziet men 'er eene ruime luchtige Kerk met eenen taamlijk hoogen tooren, voorzien van eenen grooten knop. Ik zag hier ook een oud Kasteel Jveflein genoemd. In deeze plaats wierd Edmundus

Dintherus gebooren; hij was in zijn leven Geheim-Schrijver van vier Hertogen van Brahand,

naam-