Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26* HET LEVEN VAN

rhee, met verdubbelde fchreden na haar kamertje , waar zij bijna ademloos ncderviel; op een fmartlijken toon , en 'met innerlijkcn angst zig zelve als misdaadig uitriep, en bijlter weeklaagde, tot dat eindelijk een traanenvloed lucht bezorgde aan haar beklemd hart, en de algemeene trooster in lijden, de flaap, de onrustige bartstogten tot bedaaren bragt.

wild, die hansje, federt het fophatooncel, riet weder gezien had, verfchrikte niet weinig toen hij haar thans aanfehouwde: het weleer bloejende meisje, met dat ieevende , vuurigc oog, en dien verblindende en betoverenden opflag in een bleeke vermagerde gedaante , met diepgezonkene oogen, en eene houding . van vertwijfeling , hervormd te zien; dit viel hem als een zwaare last op het hart, en dreef zijn medelijden tot het uiterfte toppunt : in dit oogenblik, waarin zijn gewisfen hem zijn misdrijf leevendig affchilderde , nam hij vastlijk voor, haar alle vergoeding te bezorgen , die Hechts in zijn vermogen zou zijn, en zijn' misdag- te herftellen.

Dat dergelijk eene vergoeding eene misfelijke zaak, en de' verloorene onfchuld van een meisje eigenlijk in 't geheel niet te herftellen is , kwam waarlijk niet eens in zijn onbedacht hart op; doch dit mag men hem, als een jongen losbol , en in foortgelijke gevallen nog gantsch onervaren jongeling, zo duur niet

Sluiten