Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236 HET LEVEN VAN

Een ijskoude huivering overviel hier het beeyende en verfchrikte meisjen; zij ontroerde in diervoegen als of zij zig aaa dezelf. de misdaad fchuldig gemaakt, of haar in vertvvijieling genomen bcfluit ter uitvoer gebragt had ; zij was zelfs zo verre weg, dat zij niets verflond 'van al de fraaje fpookhiftoritjes, federt den val tot op den huldigen dag gebeurd zijnde, en door grootje met handen en voeten, en ooren en oogen, om zo re fpreeken, verhaald werden.

Het kakelende besje was nog ijverig bezig met de poppekraam des duivels, door bewijzen van de ondervinding ontleend, te ftaaven, toen het voor hansje zo doodlijk anglhge uur van baaren daar was , en het fchuddebollende moedertjen zig met verbaasdbeid genoodzaakt zag, om de plaats van vroed, vrouw te bekleeden.

Hoe vreemd haar echter, in den aanvan* di: onverwagt toeval voorkwam, was zij met* de uitterfte vriendlijkheid en gewilligheid daadhjk m de weer, om het barende meisjen alïen bij (fan d , die in haar vermogen was, op de- goedaartigfte wijs toetebrcngen ; zo dat hansje , vóór het aanbreeken van'den morgenftond , reeds moeder van een lief beminnelijk dochtertjen was , 't welk besje\ even ais ware zij er grootmoeder over, met

Sluiten