Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s.6 HET LEVEN VAN

Hng zo verre gebragt , dat hij zig zijner deugden begon te fchaamen, en hij het niet waagen dorst dezelven te laaten blijken, en nog minder dezelven te verdedigen; dat hij zelfs met uiterlijk genoegen, naar de lesfen en geestigheden der weelde en wellust lui, fterde, en uit welleevendheiddezelve toejuichte, hoe zeer hij ook in zijn hart van een gantsch ander gevoelen was: deeze infchikke* lijkheid intusfchen kwam hem zeer duur te ftaan, en ftrekte, eer hij zulks voorzien kon, ter voorbereiding van zijn' val: hij ondervond tot zijne groote fchade, dat men aan zekere dingen, die ons in den beginne te, genftaan, dlengskens gewennen , en er eindelijk gemeenzaam mede worden kan; dat het begluuren van verbodene vruchten de zondige begeerte opwekte, en dat die oudefpreuk ; Kwaade gezelfchappen bederven goede zeden —— eene treurige waarheid behelsde.

De domme gezelfchappers, de boeken, wel. ke wild hem , als bij toeval, in de hand deed komen , en wier fchrijvers den helfchen taak, om zielen te verpesten en alle waar geluk te verderven, zo ijverig als kundig volvoerd hadden, waarom (zo dan te ons geene fabelen vertelt,) dezelven ook in te grooter eere bij Beëlzebub gehouden worden — bragten de onfchuld en deugd van w i n-

Sluiten