Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 HET LEVEN VA N

kenen» en hem juist daardoor ftoüt genoeg ts maakeu, om op nieuw te zondigen : het arme meisjen geraakte hierdoor ook in zulk een verfchrikkelijk doolhof , dat zij eindelijk niet meer wist, wat ce vergeeven, en de zonde haar eene" foort van onöntbeefelijke behoefte werdt. intusfchen was het ongelukkige wicht, als in r de verleidingder wereld geheel onërvaarenj ten hoogden te beklaagen; daar het lieve meisjen , verblind door de beguichelingen der grootmoedigheid en der vrieudfchap ,en bedroogen door de beloften en eeden , die zij allen voor welgemeend en oprécht hield , het geluk naarste vens op het fpelzettede, en zig met volkomen wil en weeten aan den man overgaf, die, na verzadigd te zijn van de wellustige genietingen ,alle zijne beloften en eeden vergat, en haar weldra geheel en al aan de verwijtingen van haar gevvecten overliet.

Thans gingen haar, maar te fpade, de oogen open.' thans, maar te fpade, ondervond zij, dat de rust haare ziel ontweeken was, en dat I aan het verlies van de onfchuld van een meisjen ook het verlies van het gantfche geluk des levens verbonden is: dit knaagde haar als een martelende worm aan het hart; dit deed de J gloejende kleur haarer wangen in een doodlijk bleek verkeeren, en herfchiep het leevendigile ' en bevalligfte fchepzeltjen, in een afzigtelijk geraamte; in het treurig beeld van mis-moedig-

Sluiten