is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven van een' lichtmis, charakterkundig geschilderd na Hogarth en Chodowicki.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sa8 HET LEVEN VAN

delen overdacht te hebben, een weinig nede« riger maakte.

Na deezen gast, overéénkomfKg zijn uiterlijk voorkomen, bediend te hebben, bekroop den gasthouder de nieuwsgierigheid , om te verneemen, wie hij toch ware, die in zulk een bedelaars opfchik, zulk een hoogen toon dorst voeren: hij fprak wild dus aan:

Gij behoort zekerlijk tot die koejendrijvers, die hier'sjaarlijks komen?"

wild.

. O neen!

waard.

Wel. nu , zo gij geen koejendrijver zijt, ziet gij er uit, als of gij er een waart — dan zijt gij vast een heiden of landlooper : misfchien kunt gij wel goeder geluk zeggen! zo gij dit doet, moogt gij het u zelveu wel eer3t doen.

wild, over deeze hem hevig treffende be-• fpotting ten- hoogflen verontwaardigd, floeg een verachtlijk oog op hem; betaalde hem zijn' maaltijd , en nam het overfchot van zijn brood in de hand, om het, buiten de herberg, onder eengrooten boom, te gaan eeten.

Naauwlijks nedergezeten zijnde, hoorde hij een groot getrappel van paarden, even als of er een gantsch heirleger van gevreesde llmfen in auiitogt ware: hij keek op, en befpeiirde