Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN' LICHTMIS. 335

waarvan hij de ijzerdraaden in handen had, hun rol te doen fpeelen: de eerfte misdag diere hij beging was, dat hij Jan Klaas fin, die hier een Vorst verbeelde, vergeeten had, de holsblokken of klompen uittetrekken, waardoor Zijne houtene doorluchtigheid door het aan* zienlijk gezelfchap, ten fchamperften uitgelachgen werd.

Zijn tweede misdag, die hij, doch buiten zijn fchuld, had, was zijne fchorre en onaangename ftem, een overblijfzeltjen van zijne ziekte; zijne uitfpraak was reeds onverdraagelijk toen hij den Vorst liet fpreeken ; maar vermits het in die oude tijden wel eens gebeurde, dat de Vorften verloopen lichtmisfen en opgelapte hoerenjaagers waren, zag men dit over 't hoofd, maar allerijslijkst knarste het door alle de ooren, toen hij eene fchoone, bevallige Prinfes, den dood van haar' minnaar liet beweenen — de Directeur poogde dit (chreeuwend gebrek te herftellen , door wilj>, om zijn keel gladder te maaken, een goed glas jenever met ftroop te drinken te geeven, 'twelk zo gretig door hem werd aangegreepen, dat de ijzerdraaden van twee jonge Prinfen hera uit de vingers glipten, waardoor hunne Exe. lentiën van het tooneel rolden, en zie daar een bron van een der geduchtfte rampen, die immer Jan Klaasfin en zijne doorluchtige familie was overkomen-

Sluiten