Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning van Pruisfen. 237

Land niet, maar naar eene belangs, die ik heb , geef ik in de Keur-Mark alle jaaren 1800,000 Daalers meer uit, als ik weder urne, die dus in het Land blyven. Gevolglyk is het belagchelyk, als men meent, dat er geld gebrek in 't Land is. Dat weet ik beter. De Edelman die my i op zyn goed fchuldig is, ftaat nog heel wel; maar die f fchuldig is, met dien is het erger , omdat hy alle cafus forluiti te dragen heeft, misgewas , hagel, vuur enz. Ondertüsfchen weet ik, dat alle goederen meer waardig zyn, dan voorin aals, eer de pretia rerum zo hoog waren. Veele Edellieden Verftaan ook de Huishouding niet, en maaken dat gebruik niet van hunne goederen, dat zy konden. Veelcn zyn in myn dienst, en kennen hunne goederen nog minder; Zy hebben flegte Beftuurers en Pagters, en komen daardoor, en door de Advokaaten, zeer ten agteren, derhalven, als de goederen behoorlyk aangellagen en beter geadministreerd worden, zal elk winnen.

Plet is verfchriklyk , hoe dikwils dc Advokaatcn van de Edellieden gebruik maaken, als zy hun geld bezorgen, en naauwlyks hebben zy het een half jaar, of zy weten hun diets te maaken, dat zy op nieuw te negotieeren en te verdienen hebben, zodat menig een, wegens kosten aan Advokaaten enz. wel 8 percent interest rekenen kan.

Ik reize veel, en op myne reizen verneem ik veel,

zelfs

Sluiten