Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning van Pruisfen. 27

Princes, hy is myn dienst, en ik bedien my van hem met groot voordeel. Dan kan hy komen, zeide de Koning; die tevens een teder afTcheid nam van zyne Zuster. Cyrus kreeg terftond bevel , om zich by den Koning op Charlettenburg te begeven. Ily kwam 's middags aan, maar moest tot om vier uurcu wachten, voor dat hy binnen werd geroepen. De Koning zat nog aan tafel. Toen Cyrus binnen kwam,' gebood de Koning hem, hy zou zyne oogen bekyken, en hem zeggen , of hy ook den ftaar zou krygen. Cyrus bracht den Koning aan het venfter, en wreef zyne oog- appelen. Vervolgends moest de Koning de oogen open doen, en toen zeide hem Cyrus : het is enkel een toevloed van bloed , die uwe Majefteits oogen ontdoken heeft, en geen ftaar. De vlakken in het wit van de oogen beftaan uit eene vetachtige ftoffe, die zich faamgezet heeft, zodat er geenc Operatie nodig is, om dit kleine ongemak weg te nemen.

• De Koning. Wat moet ik dan, doen?

Cyrus. Uwe Majefteit! bet oogwater, dat ik hier by my heb, zal u zo min helpen, als dat, het geen daar ftaat. (De Koning had al een fleschjcn oogwater van den Chirurgyn Schmucker ontvangen, dat hy op zyne tafel had ftaan.) Gy behoeft alleen zuiver bronwater te nemen, een linnen doek daar in te doopen, en dat eenige uuren op de oogen te leggen J dan zal de zaak geholpen zyn. '

De

Sluiten