Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iv ÖPÖRACHT.

der niet alleen las, maar beftudeerde; dien hij voor den fdhriftgeleerden hieldt j die uit zijnen fchat oud en nieuw voortbrengt, en met zeldzaame fchranderheid verbindt — die hem in de laatfte dagert zijner langduurige krankheid met vriendfchappelijke bezoeken en Christelijkert troost verheugde!( *)

Verfchoont mij, mijne Leezers! dat ik mij zoo lang niet van deeze drie, mij £00 waarde zielen affcheide. Ik fchrijf u hier nog een plaats af, uit een voorleezing van mijn Broeder in een zeker' gezèlfchap :

,5 Wanneer grj $ mijne Broeders l j, (Tchrijfc hij) volkoomen Weeten wil,ï det, wat mij de noodiging in uw gezel-

fchap wellekoom maakte, zoo moest ,, ik u van mijne voorige Jaaren verhaaü len, op welke wegen mij de Voorzie-

» nig-

(*) Mi] gunt Hij de eer, om u, mijne Leezers! eene Leerrede van Hem over deeze Gefchiedenis hier met de mijnen mede te deelen, de XIV» in dieze Verzaameling. .

Sluiten