is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee verhandelingen over den invloed van den christelijken godsdienst op het volksgeluk.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n8 AANMERKINGEN op de

overlijden, uit de wonde uitgaat, en overblijft. Verg. Koppen, über Homers leben und gefange, bladz. 135. en Jnmerk. über Henier. Iliad. I B. vs. 3. Hieruit volgde, dat zij ook, even gelijk nog heden de onbefchaafde volken, geen begrip konden hebben van ene geestlijke natuur van God; en dat zij zich de volmaaktheid, welke zij met het denkbeeld van ene Godheid verbonden, dus voorftelden, dat zij dat geen, het welk zij in den metisch fchoon, edel, voortreflijk, vonden, in de hoogde mate aan hunne •Godheden toeeigenden. Cicero, de Nat. Deor. 11, 17. heeft hieromtrend reeds ene zeer menschkundige opmerking gemaakt, als hij zegt: „ Cum nihil difficilius fit, „ quam a confuetudine oculorum aciem mentis abducere; „ ea dilïïcultas induxit imperitos, ut, nifi figuris hominum „ conftitutis, nihil polfent de Diis immortalibus cogitare." Men ziet reeds hieruit van voren, hoe onvolkomen de denkbeelden van zulke menfehen nopends de Godheid moeten geweest zijn. Op oneindige volmaaktheid konden zij geheel niet denken, die de Godheid naar de natuur van eindige fchepfels beoordeelden: en het denkbeeld van volmaaktheid zelve was reeds, zonder betrekking tot derzelver eindigheid of eindeloosheid, bij hen zeer onvolkomen , daar zij de volmaaktheid der menfehen meer in lichaams dan in zielsbegaafdheden fielden, bij voorbeeld in fterkte en grootte des lichaams, fnelheid in het lopen, dapperheid en behendigheid in het vechten, enz. Zo hadden zij ook gene onderfcheiden denkbeelden van deugd en ondeugd, maar hielden vele dingen voor deugden, die of dien naam niet verdienden, of zelfs integendeel eer onder de ondeugden mogten geteld worden. Dus werd bij voorbeeld dapperheid als de hoogde deugd geëerd bij ruuwe volkeren; gelijk bekend is. Moorden en

pion-