is toegevoegd aan uw favorieten.

Overdenkingen bij het gebruik van het H. avondmaal, voor denkende christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 76 y

VOORBEREIDENDE OVERDENKING.

Naar 't onvergjinglijk leven, • In 't rijk omhoog gefticht, Moet ik fteeds ijvrig ftreeven;

Dit is Gods wil, mijn plicht, De heerfchappij der zinnen,

Der zonde en haar genot, Moet ik weerftaan, verwinnen,

Dan wacht me een zalig lot.

* * *

Gij ziet, gij kent mijn poogen,

Mijn Vader! ach verfterk Mij door uw alvermogen;

Volvoer 't begonnen werk: Blijf, blijf mij onderfchraagen

Door uwen geest en kracht, Zo worde uw welbehagen

Ook eens in mij volbracht!

Met deze gevoelens verheft zich thans onze aandacht tot u, 6 God! en hoe konden zich dan ook, 6 gij Allerheiligfte, onze geest en ons hart tot u verheffen, aldien niet het bekoorlijkiie voor beiden in zuivere, edele deugd gelegen ware! Ach, hoe konden^wij aan u denken, ooxlprong van alle volmaakt-