Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I N H O U D. xxix

,. het gebod der matigheid en van de plicht der oprechtheid. .... Bladz. 189.

$. XLV. Noodzakelijke ftiptheid en voorzichtigheid bij. de werkelijke deugdsbetrachting, ten aenzien van de inwendige en uitwendige waerde van deugdzame (iaden. Uitmuntend voorbeeld van Jefus. Ophelderingen uit enkele gevallen. . • • I98-

$. XLVI. Nuttige befchouwing der kleinigheden, die in de natuur voorkomen. Aenfporing tot het goede, tot eendracht, orde en matigheiden de befchouwing van het nuttige en fchone, het bewonderenswaardige en grote in de natuur. Voortreflijke aenwijzing der P ijthagoristen tot deze befchouwing. Niet minder leerzame befchouwing der geringfte fehepzelen van God. Aenwijzing van den bijbel, bijzonder der leer van Jefus, om de natuur van deze zijde ter verbetering aen te wenden. Zoortgcllikc nuttigheid van de geringfte voorvallen des levens. Gefchiktheid van den Verlosfer , om van de'gelegenheid voor zijne lesfen gebruik te maken. Nuttigheid van het toevallige , ter bevordering van het goede. Bevestiging dezer voordracht, door het geloof aen ene wijze voorzienigheid. . 202.

$. XLVII." Noodzakelijkheid van de kleinigheden op te mertai, ter bevestiging van het goede, 1) 'm betrekking tot de moeilijkheid der zake. Aaenprhzing der°H. 5. in het gebod van waekzaemherd. 1 Nodige oplettenhèid, ten aenzien der oirzaken van de ■ '• , Se~

Sluiten