Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£ïO ÏH. AFDELING.

trokken. Wie zich nu in zulk ene gelteldheid niet fpoedig weêr bezint en niet fchielijk den bozen hang des harte opmerkt, die is ook rijp voor overijling. Bij de eerfte geringde verzoeking kan hij, door zijne zinlijke neigingen , onophoudelijk tot misdaden verleid ivorden en zo in één ogenblik alles weêr verliezen, Wat hij tot dus verre langzaem en met moeite verworven hadt. Het geval van -David, die op deze wijze zo zeer zondigde, hebben wij boven opgegeven (7,) en dc gehele gefchiedenis is vol van dergelijke voorbeelden. Niet zelden toch zijn de grootlte euveldaden van zulke menfchen begaen, welke zich zeiven en anderen toefchenen, grote vorderingen in de deugd gemaekt te hebben. Alleen door kleine onachtzaemheden , dooide zachte bekoorlijkheid ener zinnelijke waereld verleid, ftruikelden zij onverwacht. En wie is 'er , die niet meêr dan eens uit deze oirzaek in gevaer van vallen zich bevondt ; die door een onverwachten zamenloop van omil-andighcdcn niet zomtijds genegen en voorbereid was , enig misdrijf te begtien en werkelijk zou gevallen zijn , zoo niet de gelegenheid daer toe ontbroken , of enige verhindering hem toevallig daer in belemmerd hadt?

Ten twede kan ook de invloed van het lichaem op de ziel voor de deugd zeer nadelig wezen. De ziel toch kan uit het lichaem menig voordeel, maer ook veel nadeel trekken. Hare vermogens kunnen door den invloed van het lichaem opgewekt en verfterkt, maer ook verzwakt en verftompt worden. En veelal hangt de toeftand onzer ziel zo zeer van onze lichaemlijkè

ge-

C*) Zie §. XXII.

Sluiten