is toegevoegd aan uw favorieten.

De boekbeschouwer; of Onzydige beöordeling, niet alleen van de uitkomende schriften, maar ook van de tegenwoordige recensenten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELWERK.

mendel en haftemming. — Zouden nu deeze cn zoo veele honderd andere dingen, voor alryd verlooren gaan? zouden wy ze in 't toekomende niet in eenen verhoog- ' den toelTand aajifchouwen? Tragt alles niet naar des* zelfs veredeling? — Maar deeze koornairen, wat waren die gedtiurende den langen winter? Eenige onaanziealyke

Zaadkorrels Een dor fchynende wortel zonder

krag-, en leeven, — en is uw dof minder? oNeen! Het bevat ook het zaad der onverderfiykheid. De oorfpronglyke dof van uw wezen kan niet geheel ontbonden, niet vernietigd worden; kan in geene andere Schepfelen overgaan en derzelver eigenfchappen aanneemen , dezelve blyft ondeelbaar, blyft in de Natuur, werwaards die ook heen gevoerd moge worden. En is het dan een geringer werk der Almagt, om U uit uwe oorfpronglyke dof, van de groove aardfche deelen gereinigd, in eene nieuwe verheeilykte gedaante te voorfchyn te roepen, dan uit een' doodfcliynenden Zaadkorrel, of uit eenen gedorven wortel, eene nieuwe, heeriyke plant, of een prachtige bloem tc laten voortkomen ? Zekerniet! Het komt flechts, dit gevoel ik, op den wil van den Oneindigen aan, en hier zegt my de eeuwig waarzyndeBybel, dat JesUs Christus onze nietige, vernederde lichha..men veranderen zal, op dat ze zyn heerlyk lichhaam gelykvormig worden, naar de werkinge, waardoor hy alle dingen zich zeiven kan onderweipen.

Maar wat zyn nu uwe graven, wat de veele doodsheuveis, die ik rondsom my aanfchouw, alwaar de armen naast den ryken, de jongeling naast den grysaart, degeleerden naast den ongeleerden ligt. Het is flechts een veld, op het welk een onverganglyk Zaad voor de eeuwigheid gezaaid is, een waare Godsakker, welke hem eens, op den grooten dag des oogsts, de heerlykde vruchten zal verfchaffen. En zou ik nu terug beeven , zoo God my van mynen post afroept? Neen, 'er is voor myne Ziel, gelyk ook voor myn lichhaam, even genadig door de liefde van mynen God gezorgd, en derhalven kan het graf N 2' voor