Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GEEST

XIII.

BOEK

II. flOOFI ITUK,

De uitwerking van de.rijkdommen in een land , is> dat zij den naarijver in ieder doen ontvlammen ,

toogen. De doorfleepeu Staatsman zag hier door niet alleen van zijnen eisen af, maar zond in tegendeel, om die provintie te helpen, drie of vier millioenen in geld naar Marfeilk, en voor deeze aanzienlijke fom liet hij aldaar het zo beroemd en heerlijk Arfeiiaal bouwen. En hier door bezorgde hij in deeze provintie binnen korten tijd eenen zo aanmerkelijken omloop van geld, dat niet alleen de welvaart wederkeerde, maar dat zij boven het blijmoedig betaalen van haare lasten, ook de kosten van dat heerlijke gebouw konde afdoen , zonder in ongelegenheid te geraaken — Maar daarenboven moet men in zulk eene tlreek zig ten ijveriglte toeleggen om den landbouw , die altoos vrugtbaare bron van welvaart, op allerleie wijzen aan te moedigen — Met reden verwondert zig de fehrandere Bielfeld , dat men in Frankrijk zo weinig werk van den landbouw maakr. Hij vertoont ons in zijn elfde hoofdft. van de inftitutions politiques, §. 20. eenen reiziger, welke langs den oever van de Rhone trekkende, van Lions af tot aan Pont St. Efprit toe, eene magtig uitgebreide vlakte ontmoet, waar niets dan woeste en onbebouwde heide te zien is; deeze reiziger komt eindelijk in een armoedig dorp, waar hij, tot zijne verwondering, alle de inwoonders bijeen verzameld, en in volle vreugde vind — natuurlijk valt hij in het denkbeeld, dat het daar kermis is — hij vraagt 'er na —1 maar hij krijgt van eenen armen grijsaart ten antwoord, wel neen! V is geen kermis, wij heven hier alle dagen zo. Hoe nu, zegt onze reizi. ger, waarlijk gijlieden zoud in plaats van uw ver.

maak

Sluiten