is toegevoegd aan je favorieten.

De geest der wetten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER WETTEN. 583

bondgenoot op, welke zijnen naam leende, en de vertooning maakte, als of hij de geldfchieter was. De wet had dus niet anders gedaan , dan dat zij de geldfchieters aan eene formaliteit hadt onderwor-1 pen, zonder daar door het volk te verligten.

Het volk beklaagde zig over dit bedrog , en Marcus Sempronius, de gemeensman, liet op het gezag van den raad een plebifciet (z) uitgaan, in het welk bevolen wierdt, dat in het ftuk van geldleeningen, de wetten, welke het leenen van geld op interest tusfchen twee Romeinfche burgers verboden , ook plaats zouden hebben tusfchen eenen Romeinfchen burger, en eenen Latyn of eenen bondgenoot.

In dien tijd noemde men de volkeren van het eigentlijk gezegde Italië bondgenooten , welke zig uitdrekten tot aan den Arnus, en den Rubico, en niet als Romeinfche wingewesten wierden beduurd.

Tacitus (a) zegt,dat men daaglijks nieuwe middelen uitdagt, om de wetten, welke gemaakt wa ren om den woeker tegen te gaan, te ontduiken Toen men niet langer leenen, nog opneemen kon de, onder den naam van eenen bondgenoot, wa

hc

O) In het jaar vijfhonderd een • en. zestig na d fligting van Rome. Zie Titus Livius, (a~) Jaarb. 6. boek.

Oo 4

XXII.

iOEK. XXII.

lOOFD» STUK.

I t