is toegevoegd aan uw favorieten.

De geest der wetten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<)2

DE GEEST

XXX. BOEK. XX.

HOOFDSTUK,

i

)

1 i l 1

ï

C

5'

ë

d

ning te bekomen, grooter dan dat, 't welke men voor het toeftaan van de befcherming van den graaf of andere rechters betaalde.

Hier ontdek ik reeds de eerfte grondflagen van de rechten der heeren. De leengoederen behelsden een zeer uitgebreid grondgebied, zo ais wij uit een oneindig getal van gedenkftukken kunnen zien. Ik heb reeds beweezen , dat de koningen geene belastingen heften van die landerijen, welke tot het deel der Franken b&hoorden. Nog minler konden zij eenige rechten van de leengoede:en vorderen. Die geene , welke leengoederen irerkrcegen, hadden ten deezen opzigte het allerlitgebreidtte genot. Zij trokken van dezelve alle ie vruchten, en alle de toevallige voordeelen. En gelijk eene' van de alleraanmerklijkfte inkomflen '«) in de gerechtelijke voordeden in de freda, velke zij volgens de gebruiken der Franken gcïooten , beftond , zo volgde daar uit, dat die ;eene, die het leengoed bezat , ook het rechts■ebied voerde, waar van de geheèle oeffening al;en beftond in de bezorging, dat de zoenboeten an de naastbeftaanden , en de voordeden aan den oer betaald wierden. Het was niets anders, dan e magt om de zoenboeten van de wet te doen

be-

(«) Zie het kapitularie van Karei den grooten, de Ulis, in 'c welke hij deeze Freda optelt onder. de oote inkomflen van dat geene, 't welk men vilU qf >meinen van den koning noemde.