Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEEST DER WETTEN. 307

„ land in den grond niet anders is , 'dan eene uit. „ werking van eene ziefcte , en dat men dezelve „ daar even weinig kan ftraffen, dan de uitwerkin„ gen van eene zinneloosheid."

„ Een voorftander van den natuurlijken Godsdienst „ vergeet niet ligtelijk , dat Engeland de wieg en „ bakermat van zijne gezindheid is. Hij wischt der„ halven alle misdaaden , welke hij daar ontdekt, „ als met eenen fpons uit."

ANTWOORD.

De Schrijver weet niet, dat Engeland de wieg en bakermat van den natuurlijken Godsdienst is. Maar dit weet hij, dat Engeland zijne wieg en bakermat niet is. Om dat hij van een natuurkundig gevolg fpreekt, 't welk men in Engeland ziet, daarom volgt niet, dat hij op het ftuk van den Godsdienst even eens als een Engelschman zoude denken , even weinig , dan dat men van eenen Engelschman , welke over een natuurkundig gevolg van Frankrijk fprak, zou moeten denken, dat hij even dezelfde gevoelens, als een Franschman, van den Godsdienst hadt. De Schrijver van den Geest der Wetten is geen voorftander van den natuurlijken Godsdienst, maar hij wenschte, dat zijn Beoordeelaar een voorftander van ■de natuurlijke redeneerkunde was.

Thans vertrouw ik, dat ik den Beoordeelaar reeds zijne ontzaglijke wapenrusting, waar van hij zig bediend

Sluiten