is toegevoegd aan uw favorieten.

De geest der wetten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER VOORNAAMSTE ZAAKEN. 229

dere lighaamen van Staat bewijst niet altijd een ontwijffelbaar bederf in de regeeringsvorm, IIL 526

Stadhouders, van de Romeinfche wingewesten. Hunne magt, hunne onrechtvaerdigheden, I. 536 en volg.

Stand. Zie Beroep.

Steeden , grondi.'ag van het bouwen van Steeden in Holland, III. 460. Voornaame voorrechten aan depelve gegeeven, III. .461

Steeden , vereenigingen van dezelve waren in oude cij— .den veel noodzaaklijker dan thans, I. 385. Het arbeiden ■in de Steeden is nuttig, maar ■op het platte land is het sioodzasklijk. Reden van de wet van Conftantijn voor de Steeden, III. 1:9

Steelen , waarommen de kinderen te Lacedsemon in deeze eerlooze kunst onderwees, III. 56p

Stemmen, hier door geeft een fouverain volk zijuen wil te kennen , I. 40. Van hoe veel belang het zij, dat de manier, op welke het volk in eene democratie Hemmen moet,in de wetten bepaald zij, I. 40,41.0e fteramingen moeten in de ,aiüto.craüe geheel anders

gefchiedeu, dan in de democratie, I. 48 e» volg. Op hoe veelerleije wijze dit in de democratie kan gefchieden, ibid. Hoe Solon zonder de ftemmingen door het lot te hinderen, dezelve egter alleen op zodanige perzoonen wist te doen nederkomen, welke tot de ampten gefchikt waren, I. 45,46. Moeten de flemmingen , zo in de aristocratie als in de democratie , in het openbaar, of in het vetborgen gefchieden , I. 48 en volg. In de aristocratie moet men niet door het lot Hemmen, I. 51

Stoicynen, hunne zedenkunde is, na die der Christenen, de gefchiktfte om het menschdom gelukkig te maaken. Kort veiflag van hunne voornaamfie grondilellingen, III. loo. Zij ontkenden de onfierflijkheid van de .ziel, en uit dit valfche grondbeginfel haalden zij de fchoonfte ge. volgtrekkingen ten nutte van de maatfehappij, III. 122

Stomme , waarom geen testament kan maaken , III. 312

Straf, (dood-) in welk geval de doodftraf rechtvaardig is, I. 567, 568

Straf van wedervergelding is afkomflig van eene wet, P 3 die