Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 29 )

zich beroept, uit ftof gemaakt, van aarde genoomen , en dus in deszelfs natuur verderfiyk was, zo kon echter dit ftoflyk ligchaam, door tusfchenkomst van Gods oneindige Magt, voor 't verderf bewaard en in deszelfs beftaanlykheid voortduurend , zyn behouden gebleeven. Ja, indien de mensch zynen Schepper volftanclig was gehoorzaam gebleeven, zou hy nimmer gcftorven zyn, maar naar Gods wyzen raad en welbehagen, beide met ligchaam en ziel, in de zalige wooningen des Hemels zyn opgenoomen. Maar dewyl hy het gebod van zynen Schepper overtrad, moest hy , met alle zyne Nakomelingen , de- bedreigde ftraffe ondergaan, om den dood te ftervan. Welke bedreiging ook tevens de geestlyke en eeuwige dood in zich bevat, onder welke ftraffe der zonden het geheel menschdom van natuur gedompeld ligt, in diervoege, dat zy allen van het genot der verééniging en gemeenfchap met den volzaligen God in tyd en eeuwigheid (waarin eigenlyk de geestlyke en eeuwige dood beftaat) beroofd zouden geweest en gebleeven zyn; indien God zich niet over het zondig menschdom ontfermd en een middel uitgevonden had , waardoor de zondaar van de ftrafdcr zonden verlost, met Hem verzoend,

ver-

Sluiten