Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S22 £)e bewyzen voor eene algemeene ZaligheiL

Hcbreeuwfcbe Kristenen, IloofJftuk II: 6-9, verklaard en beredeneerd wordt. De door een' Heiligen Gcesc bezielde David fpreekt ter dezer plaacfe aangaande den Kristus, en zegt, in da tale der Proftjy , „ Gy hebt hem een weinig minder gemaakt dan de Engelen, en hebt hem met eer en heerlykheid gekroond. Gy hebt hem heerfebnppy gegeven over de werken uwer handen : Gy hebt alle dingen onder zyne Voeten gefteld." Dat in deze woorden niet van Mam, noch van eenigen, door gewoonlyke geboorte, van Adam afftammenden Zoon, maar, voorzeggender wys , van den Kristus wordt gefproken , verzekert ons de fchryver aan de Hebreeuwen, in zyn tweede Hoofdftuk. Het zoude eene al te groote, en mooglyk noodlooze uitweiding zyn , wanneer ik my hier wilde verledigen , om deze aanhaling van den text te regtvaerdigen , dewyl ik nu alleenlyk met zulken te doen heb, welken de Godlyke inge* ving van den Schryver dezes briefs gelooven: fchoon men anders , begerig zynde om deze aanhaling verdedigd te zien, tot zyn volkomen genoegen, zoo ik denke, kan raadplegen met Dotioi Owen cn met den 1 leere Viene, welken deze zaak in een zeer helder cn ïlerk daglicht gefteld hebben. Voor tegenwoordig, houde ik het, op gezag van dezen Schryver, voor toegeftaan, dat in den gemcldcn ttxt eene voorzegging aangaande den Kristus gevonden wordt, En de Schryver past dezelve op hem toe, ten einde daar door de hoofdzaak, welke hy bewy.

zei}

Sluiten