is toegevoegd aan je favorieten.

Vrijmoedige overdenkingen over het christendom.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

p Hoofdfr. II. Over het oogmerk

digi (m). Deezen eenigen waaren God nu algemeen, aan alle menfchen als het eenig voorwerp van aanbiddinge, vreeze, liefde en vertrouwen bekend te maaken , en hun meer geestlyke en der Godheid waardiger denkbeelden mede te deelen, ziet daar het oogmerk van den Godsdienst van Christus.

Het Heidendom heeft zich zekerlvk meer algemeen uitgebreid, dan het Joodendom. Dit laatfte tvas eigenlyk eene Godsdienst, die maar aan één éémg aan elkander vermaagdfehapt volk, en flechts aan één éémg land verknocht was. Dan het Heidendom was daarom niet te min een byzondere Godsdienst, zoo, wel in zich zeiven naar deszelfs onderfcheidene deelen en verfchillende partyen, als ook ten opzichte van het Joodendom. — Zulke verdeelingen komen niet overeen met de oogmerken van God, Gelyk 'er flechts één éénig God is, die de Oorfprong, Vader en Beftierder is van de geheele wereld, gelyk allen gelyke kinderen zyn, die allen van éénen afftammen, een gelyk groot recht op God hebben, en tot éénerley oogmerk beftemd zyn; moest ook de grenspaal tusfchen de Jooden en Heidenen, alle fcheuringen alle onderlinge afzondering en vervreemdheid worden weggenomen , zoo draa de waare God aan allen even eens werdt bekend gemaakt (n) Zulk eene afzondering js der Godheid niet alleen onwaardig; dezelve is ook tevens op zich

zcl*.

O) Jezay. XLI enz. i Joh. 111: 8. en Jon. I: ig. {n) Rom. X: 12 en 13.